Rioolheffing; verdergaande verdeling van overheadkosten zou de eenvoud in toerekening ernstig schaden

X betwist niet dat de door de heffingsambtenaar van de gemeente Ooststellingwerf gehanteerde methode van toerekening van de overheadkosten in overeenstemming is met het BBV, maar stelt dat desondanks moet worden beoordeeld of de verschillende posten in voldoende mate samenhangen met het taakveld riolering. Het hof overweegt dat in de gemeentelijke begroting een overzicht is gegeven van (1) de totale aan het taakveld riolering toe te rekenen kosten, (2) de toegerekende overheadkosten daarin en (3) de bij die toerekening gehanteerde methode (overheadkosten als percentage van de directe salarislasten betreffende taakveld). De gekozen methode van toerekening acht het hof aanvaardbaar en in overeenstemming met het BBV. Ook de Commissie BBV acht een dergelijke verdeelsleutel aanvaardbaar. De omstandigheid dat de door X genoemde overheadkosten (gedeeltelijk of zelfs volledig) betrekking hebben op andere taakvelden dan het taakveld riolering doet daar niet aan af; het blijven overheadkosten. Ook de overheadkosten die betrekking hebben op het taakveld riolering worden op deze wijze toegerekend, niet alleen aan het taakveld riolering, maar ook aan de andere taakvelden. De door X voorgestane verdergaande verdeling of toerekening van de overheadkosten zou de door de besluitgever gewenste eenvoud in de toerekening van deze kosten ernstig schaden. Het door X genoemde arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:1016), heeft betrekking op de jaren 2013 t/m 2015 en toen waren de in 2016 gewijzigde regels van het BBV nog niet van toepassing. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.